Signaleringsborden zijn borden die mensen waarschuwen voor gevaar, verplichtingen of de locatie van veiligheidsvoorzieningen op een werkplek, in openbare ruimten of in gebouwen. Ze zijn direct herkenbaar aan hun vaste combinaties van vorm, kleur en symbool. Elke combinatie heeft een specifieke betekenis, zodat je in één oogopslag weet wat je moet doen of vermijden.
In Nederland zijn signaleringsborden gebaseerd op Europese normen (EN ISO 7010) en de Arbowetgeving. Dat betekent dat de borden in vrijwel elk Europees land dezelfde opbouw hebben. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste categorieën, hun uiterlijk en wat ze je precies vertellen.
De vijf hoofdcategorieën van signaleringsborden
Signaleringsborden zijn ingedeeld in vijf vaste categorieën. Elke categorie heeft een eigen kleur en vorm, zodat je ze zonder tekst al kunt onderscheiden.
| Categorie | Vorm | Kleur | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Verbodsborden | Rond | Witte achtergrond, rode rand en streep | Roken verboden, geen toegang |
| Waarschuwingsborden | Driehoek | Gele achtergrond, zwarte rand en symbool | Gevaar voor elektriciteit, gladde vloer |
| Gebodsborden | Rond | Blauwe achtergrond, wit symbool | Veiligheidshelm dragen, handen wassen |
| Reddingsborden | Rechthoekig of vierkant | Groene achtergrond, wit symbool | Nooduitgang, EHBO-post |
| Brandbestrijdingsborden | Rechthoekig of vierkant | Rode achtergrond, wit symbool | Brandblussers, brandslang |
Verbodsborden: wat je niet mag doen
Verbodsborden zijn rond met een rode rand en een rode diagonale streep door het symbool op een witte achtergrond. Ze geven aan welk gedrag verboden is in een bepaalde ruimte of zone. Bekende voorbeelden zijn het rookverbod, een verbod op open vuur of een verbod op het betreden van een ruimte zonder toestemming. Je ziet ze veel in fabrieken, maar ook in winkelcentra en ziekenhuizen.
Waarschuwingsborden: let op gevaar
Waarschuwingsborden hebben een driehoekige vorm met een gele of oranje achtergrond en een zwart symbool. Ze attenderen je op een specifiek gevaar in de buurt, maar schrijven niet voor wat je moet doen. Dat is juist het verschil met een gebodsbord. Voorbeelden zijn een bord voor gevaarlijke stoffen, een waarschuwing voor hoge spanning of een melding van een gladde vloer. Op bouwplaatsen en in laboratoria kom je ze het meest tegen.
Gebodsborden: wat je verplicht moet doen
Gebodsborden zijn blauw en rond, met een wit symbool. Ze geven een verplichting aan: je moet iets doen om veilig te werken of te bewegen in een bepaalde ruimte. Denk aan een helm dragen, gehoorbescherming gebruiken, of verplicht handen wassen voor je een ruimte binnenkomt. In productieomgevingen en zorginstellingen zijn gebodsborden niet weg te denken.
Reddingsborden en brandbestrijdingsborden: twee aparte categorieën
Reddingsborden zijn groen met een wit symbool en geven de locatie van vluchtroutes, nooduitgangen, EHBO-materiaal of een oogdouche aan. Ze zijn rechthoekig of vierkant van vorm. Het groene kleur signaleert veiligheid en helpt: ook in rookgevulde ruimten zijn groene borden goed zichtbaar als ze verlicht zijn.
Brandbestrijdingsborden lijken er qua vorm op, maar hebben een rode achtergrond met een wit symbool. Ze markeren de plek van brandblussers, brandslangen, noodknoppen en ander brandbestrijdingsmateriaal. Rood staat hier niet voor verbod (zoals bij verbodsborden), maar specifiek voor brandbestrijding. Dat is een belangrijk onderscheid dat regelmatig voor verwarring zorgt.
Waar zijn signaleringsborden verplicht?
Volgens de Arbowetgeving in Nederland ben je als werkgever verplicht signaleringsborden te plaatsen overal waar risico’s niet volledig zijn weggenomen via technische of organisatorische maatregelen. Dat geldt dus niet alleen in fabrieken of bouwplaatsen, maar ook in kantoren (denk aan vluchtwegaanduiding), winkels en horeca. De exacte eisen staan in het Arbobesluit en de bijbehorende Arboregeling.
Voor openbare gebouwen gelden ook bouwbesluit-eisen voor noodverlichte vluchtwegaanduidingen. In de praktijk betekent dit dat de groene reddingsborden bij nooduitgangen vrijwel altijd verlicht of zelflichtend moeten zijn.
Materiaal en plaatsing: praktische aandachtspunten
Signaleringsborden worden gemaakt van kunststof, aluminium of folie, afhankelijk van de omgeving. In vochtige of buitenomgevingen kies je voor weersbestendig materiaal. De plaatsingshoogte is bij voorkeur op ooghoogte (circa 1,5 tot 2 meter), zodat het bord direct opvalt. Houd rekening met verlichting: in donkere ruimten zijn fosforescerende (nalichtende) of verlichte borden verplicht of sterk aan te raden.
Let bij de afmeting op de kijkafstand: hoe verder het bord zichtbaar moet zijn, hoe groter het symbool moet zijn. Er zijn vaste rekenformules in de EN ISO 7010-norm om de juiste afmeting te bepalen op basis van de maximale kijkafstand.
Controleer de borden regelmatig op beschadiging of vervuiling. Een onleesbaar of vervaagd signaleringsbord biedt geen bescherming meer en voldoet niet aan de Arbowetgeving. Vervang beschadigde borden zo snel mogelijk, want bij een inspectie door de Nederlandse Arbeidsinspectie kan een ontbrekend of ondeugdelijk bord leiden tot een waarschuwing of boete.



