Een brandend dashboard lampje in je auto is bijna altijd een signaal dat er iets mis is of dat onderhoud nodig is. Welk lampje brandt en wat de kleur is, bepaalt hoe snel je actie moet ondernemen. Oranje of geel betekent: let op, maar je kunt nog even rijden. Rood betekent: stop zo snel mogelijk en schakel de motor uit.
Wat vertelt de kleur je over de ernst van de storing?
Dashboard lampjes werken net als verkeerslichten: de kleur geeft aan hoe urgent de situatie is. Een rood lampje vraagt om directe actie, een geel of oranje lampje is een waarschuwing die je serieus moet nemen maar waarmee je meestal nog veilig naar een garage kunt rijden. Een groen of blauw lampje is informerend en geeft aan dat een systeem actief is, zoals de mistlampen of het groot licht.
- Rood: direct stoppen, motor uit. Denk aan de motoroliedruk of motortemperatuur.
- Oranje/geel: binnen afzienbare tijd naar de garage. Denk aan motorstoring, bandenspanning of remblokken.
- Groen/blauw: informatief, geen probleem.
Veelvoorkomende storingen en dashboard lampjes bij onderhoud
Het sleutelslampje of moersleutelpictogram is een van de meest voorkomende lampjes die je ziet rondom onderhoud. Dit lampje geeft aan dat een servicebeurt gepland staat. Veel auto’s tellen kilometers of tijd bij en steken dit lampje aan als het onderhoud achterstallig dreigt te worden. Je kunt gewoon doorrijden, maar plan op korte termijn een afspraak bij de garage.
Het motorcontrolelampje (vaak een motorblok-silhouet) verschijnt bij een storing in de motor of het uitlaatsysteem. Dit kan iets eenvoudigs zijn zoals een losse tankdop, maar ook een defecte sensor of een serieuzer motorprobleem. Bij een knipperend motorcontrolelampje is er een actieve, ernstige storing. Vermijd dan hoog motortoerental en ga zo snel mogelijk naar een garage.
Het accubereik-lampje of accusymbool brandt als de accu of het laadsysteem niet goed functioneert. Dit zie je ook bij elektrische auto’s als de rijactieradius laag is. Bij een verbrandingsmotor kan het betekenen dat de dynamo het begeeft. Rijd dan niet te lang door, want zonder laadsysteem valt de auto uiteindelijk stil.
De aandrijving- en stabiliteitsregeling (ESP of traction control) geeft storing aan met een auto-met-slingerende-lijnen-symbool. Als dit lampje continu brandt (niet alleen tijdens het rijden in bochten of bij gladheid), is er een storing in het systeem. Dat vermindert de actieve veiligheid van je auto en vraagt om een controle.
Wanneer is een dashboard lampje een teken dat onderhoud is uitgesteld?
Veel storingen ontstaan doordat regulier onderhoud te lang wordt uitgesteld. Een olielampje dat brandt terwijl de olie op peil lijkt, kan duiden op een vervuilde oliefilter of een defecte oliedruksensor. Beide komen vaker voor bij auto’s die langer dan de aanbevolen intervallen zonder servicebeurt rijden. Hetzelfde geldt voor het koelvloeistoflampje: als de vloeistof op het juiste niveau zit maar het lampje toch brandt, is een storing in de temperatuursensor of het koelsysteem zelf waarschijnlijk.
Remoliepeilsensoren of slijtageindicatoren voor remblokken worden ook via het dashboard aangestuurd. Brandt het remwaarschuwingslampje, controleer dan eerst het peil van de remvloeistof. Is dat in orde, dan zijn de remblokken waarschijnlijk aan vervanging toe. Dit is een veiligheidskwestie en mag niet worden uitgesteld.
Zelf controleren of toch naar de garage?
Een paar controles kun je zelf doen voordat je naar de garage rijdt. Controleer het oliepeil, de koelvloeistof en de remvloeistof via de reservoirs onder de motorkap. Zit alles op peil en brandt het lampje toch? Dan is er vrijwel zeker een sensorstoring of een ander technisch probleem dat uitlezing met een diagnosescanner vraagt.
Veel automerken ondersteunen tegenwoordig een app of online portaal waarmee je de foutcodes kunt lezen. Een OBD-uitleesapparaat (te koop voor circa 20 tot 50 euro) geeft een foutcode die je kunt opzoeken. Zo weet je al vóór de garagedeur of het om iets kleins gaat of niet. Let op: een code uitlezen en vervolgens wissen zonder het probleem op te lossen, doet het probleem niet verdwijnen. Het lampje komt terug.
Brandt er een rood lampje, rijd dan niet verder dan strikt noodzakelijk en bel zo nodig de wegenwacht. Bij oranje of geel kun je in de meeste gevallen veilig naar de dichtstbijzijnde garage rijden, maar wacht er niet te lang mee. Hoe sneller je reageert op een storingslampje bij onderhoud, hoe groter de kans dat je een kleine reparatie overhoudt in plaats van een grote.



