Het bord voor de doorgaande weg (bord B06 uit het Nederlandse verkeersbordenstelsel) geeft aan welke weg voorrang heeft bij een kruispunt. Je herkent het aan de gele ruit met witte rand: dit bord staat op de weg die voorrang heeft op het kruisende verkeer. Weggebruikers op een weg zonder dit bord moeten dus voorrang verlenen.
Het bord staat typisch op wegen buiten de bebouwde kom, maar ook binnen steden en dorpen kom je het regelmatig tegen. Het zegt kortweg: jij rijdt op de doorgaande weg en hoeft niet te stoppen of te wachten voor verkeer dat van opzij komt.
Wat zegt het doorgaande weg bord precies?
Bord B06, de gele ruit, markeert een voorrangsweg. Zolang je dit bord aan de kant van de weg ziet staan, geldt de voorrangsregel. Op elke kruising op die route staat het bord opnieuw, zodat je weet dat je voorrang blijft houden. Het einde van de voorrangsweg wordt aangegeven met bord B07, een doorgestreepte gele ruit. Daarna geldt de gewone voorrangsregel weer, waarbij je rekening houdt met rechts-voor-links of andere aanduidingen.
De gele ruit is Europees gestandaardiseerd. Je treft hem dan ook aan in vrijwel alle landen die de Conventie van Wenen over verkeerstekens volgen, zoals Duitsland, België, Frankrijk en Oostenrijk. De vorm en kleur zijn overal hetzelfde, wat het bord herkenbaar maakt voor internationaal verkeer.
Waar wordt het bord geplaatst?
Volgens de Uitvoeringsvoorschriften BABW (Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer) gelden vaste regels voor de plaatsing. Het bord staat voor elk kruispunt op de voorrangsweg, zodat bestuurders op tijd weten dat ze voorrang hebben. Een paar praktische punten:
- Het bord staat ruim vóór het kruispunt, zodat je als bestuurder niet hoeft te remmen of te twijfelen.
- Bij een rotonde wordt dit bord niet toegepast. Op een rotonde gelden andere verkeersregels (haaientanden en bord B06 zou verwarrend werken).
- Op wegen buiten de bebouwde kom staat het bord vaak ook aan het begin van een lange route, zodat het totale traject als voorrangsweg herkenbaar is.
De plaatsing is geen vrije keuze voor een gemeente of wegbeheerder. De BABW schrijft voor wanneer en hoe het bord gebruikt mag worden. Dit zorgt voor eenduidigheid in heel Nederland.
Het bord op een rotonde: waarom juist niet?
Op een rotonde heeft het verkeer dat al op de rotonde rijdt standaard voorrang op het inkomende verkeer. Dat wordt geregeld via haaientanden en bord B06 zou daar bovenop alleen maar verwarring geven. De BABW is hierover duidelijk: bord B06 wordt niet toegepast bij een rotonde. Als weggebruiker hoef je bij een rotonde dus niet te zoeken naar de gele ruit. De haaientanden bij de inrit vertellen je genoeg.
Verschil met bord B04 en B05
Naast de gele ruit zijn er nog twee andere borden die met voorrang te maken hebben. Bord B04 is het stopbord (achthoekig, rood). Dit verplicht je om volledig te stoppen. Bord B05 is het driehoekige voorrangsbord (punt naar beneden) dat je opdraagt om voorrang te verlenen, maar je hoeft niet per se te stoppen als dat veilig is. Bord B06 regelt het niet vanuit het standpunt van wie moet wachten, maar vanuit de bestuurder die voorrang heeft. Het geeft hem of haar zekerheid: je mag doorrijden.
Wat als het bord ontbreekt of beschadigd is?
Als een bord ontbreekt, beschadigd of onleesbaar is, valt je terug op de standaardregels: rechts-voor-links geldt dan als hoofdregel. Je kunt een ontbrekend of beschadigd bord melden bij de gemeente of het Rijk, afhankelijk van wie de weg beheert. Op rijkswegen meld je dit bij Rijkswaterstaat. Op gemeentelijke wegen is de gemeente verantwoordelijk. Rijden op de aanname dat jij voorrang hebt terwijl het bord er niet staat, is wettelijk gezien niet verstandig en kan bij een ongeluk gevolgen hebben voor de schuldvraag.
Het doorgaande weg bord lijkt een eenvoudig teken, maar het heeft een scherp omlijnde functie: het geeft jou als bestuurder op die weg zekerheid over je positie op het kruispunt. Ken je de regels eromheen, dan rijd je veiliger en voorkom je misverstanden met ander verkeer.



