Er zijn in Nederland zes voorrangsborden, elk met een eigen betekenis en vaste plek in het verkeer. Ze bepalen wie de weg heeft en wie moet wachten. Hieronder vind je een compleet overzicht van alle voorrangsborden, wat ze betekenen en wanneer je ze tegenkomt.
Voorrangsborden vallen onder de categorie B in het Nederlandse verkeersbordensysteem. Ze staan langs of boven de weg en gelden altijd voor de rijbaan waar je op rijdt, tenzij een extra bord de reikwijdte aanpast. Kennis van deze borden is onderdeel van het theorie-examen en van dagelijks rijgedrag.
Overzicht van alle voorrangsborden
Hieronder staan alle officiële voorrangsborden op een rij, met hun officiële aanduiding, uiterlijk en betekenis.
| Bord | Code | Uiterlijk | Betekenis |
|---|---|---|---|
| Voorrangsweg | B1 | Geel ruit met witte rand | Je rijdt op een voorrangsweg. Kruisend verkeer moet jou voor laten gaan. |
| Einde voorrangsweg | B2 | Geel ruit met witte rand, doorgestreept | De voorrangsweg eindigt. Daarna gelden de gewone voorrangsregels weer. |
| Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg | B3 | Omgekeerde driehoek (punt naar beneden), wit met rode rand | Je moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de weg die je nadert. |
| Stop: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg | B4 | Achthoekig bord, rood met wit opschrift STOP | Je moet volledig stoppen én daarna voorrang verlenen. Stoppen is verplicht, ook als de weg vrij lijkt. |
| Verleen voorrang aan bestuurders uit tegengestelde richting | B5 | Rond bord, rode pijl naar beneden, witte pijl omhoog | Op een smalle weg of versmalling moet je tegemoetkomend verkeer voor laten gaan. |
| Jij hebt voorrang op bestuurders uit tegengestelde richting | B6 | Blauw rond bord, witte pijl naar boven, rode pijl naar beneden | Jij hebt hier voorrang op het tegemoetkomende verkeer. Zij moeten wachten. |
Het voorrangsweg-bord (B1 en B2) in de praktijk
Het B1-bord (de gele ruit) zie je op doorgaande wegen buiten en binnen de bebouwde kom. Zodra je dit bord passeert, weet je dat jij voorrang hebt op al het verkeer dat van zijwegen de kruising oprijdt. Dat geldt ook als er geen haaientanden op de zijweg staan. Het bord staat meestal herhaald voor elke kruising opnieuw.
Het B2-bord geeft aan dat de voorrangsweg stopt. Dat kan midden in een woonwijk zijn, of aan het einde van een provinciale weg. Vanaf dat punt gelden gewone regels weer, zoals rechts gaat voor of de regel voor bestuurders op de hoofdrijbaan. Let op dit bord, want veel rijders vergeten dat ze plots niet meer automatisch voorrang hebben.
Verschil tussen B3 (voorrang verlenen) en B4 (stop)
Het B3-bord (omgekeerde driehoek) en het B4-bord (stopbord) lijken op hetzelfde neer te komen, maar er zit een belangrijk verschil. Bij B3 mag je doorrijden als de weg vrij is; je hoeft niet te stoppen. Bij B4 ben je wettelijk verplicht om volledig tot stilstand te komen, zelfs als er niemand aankomt. Rij je door zonder te stoppen bij een B4-bord, dan overtreed je de wet, ook bij een lege kruising.
In Nederland staat het stopbord (B4) relatief weinig, maar je ziet het bij spoorwegovergangen zonder slagbomen, bij sommige uitritten op drukke wegen en op een paar specifieke kruisingen waar het zicht beperkt is. Op het theorie-examen wordt dit verschil geregeld getoetst.
B5 en B6: voorrang bij versmalling of rijstrookversmalling
De borden B5 en B6 werk je altijd als koppel: op de ene richting staat B5 (jij moet wachten), op de andere richting staat B6 (jij hebt voorrang). Ze staan bij wegversmallingen, bij smalle bruggen en soms bij wegenwerken waar twee rijrichtingen beurtelings gebruik maken van dezelfde strook.
Een veelgemaakte fout is dat bestuurders met B6 toch remmen voor tegemoetkomend verkeer dat duidelijk B5 ziet, waardoor files ontstaan. Vertrouw op het bord: als jij B6 ziet, heeft de tegenligger B5 en moet die wachten. Rij gewoon door.
Combinatie met onderborden en haaientanden
Voorrangsborden staan soms samen met een onderbord dat de afstand aangeeft (“over 50 m” of “voor kruispunt”). Dat geeft je tijd om snelheid aan te passen. Haaientanden op het wegdek ondersteunen het B3-bord, maar ze zijn geen vervanging ervan. Zijn de haaientanden weggesleten of bedekt door sneeuw? Dan geldt het bord nog steeds.
Omgekeerd: staan er haaientanden zónder B3-bord? Dan ben je ook verplicht voorrang te verlenen. Haaientanden op het wegdek hebben zelfstandige rechtskracht, los van borden.
Veelgestelde vragen over voorrangsborden
Geldt een voorrangsweg-bord ook voor fietsers?
Ja. Als een fietser op een voorrangsweg rijdt, heeft die ook voorrang op kruisend verkeer. Tenzij een specifiek bord of verkeerslicht iets anders aangeeft.
Wat als er geen bord staat bij een kruispunt?
Dan geldt de standaardregel: rechts gaat voor. Bestuurders van rechts hebben voorrang, tenzij je op een voorrangsweg rijdt.
Mag een gemeente zomaar een B1-bord plaatsen?
Nee. Voorrangsborden worden vastgesteld via een verkeersbesluit. Dat besluit wordt gepubliceerd en is vatbaar voor bezwaar. Zomaar een bord plaatsen zonder besluit is niet rechtsgeldig.
Is het B4-stopbord hetzelfde als het stopbord bij een schoolzone?
Nee. Een handheld stopbord van een verkeersregelaar of schoolbegeleider is geen officieel verkeersbord maar een aanwijzing. Die aanwijzing heeft wel rechtskracht, maar het is een ander instrument dan het vaste B4-bord langs de weg.
Alle zes de voorrangsborden samen vormen het systeem waarmee de voorrang in het Nederlandse verkeer geregeld is. Weet je welk bord je nadert en wat het van jou vraagt, dan neem je de juiste beslissing op tijd. Bij twijfel: vertraag, kijk goed en verlees je niet in de borden die er wel staan in plaats van die welke je verwacht.



