Alle waarschuwingslampjes in je auto vertellen je iets over de staat van je voertuig, van een lege brandstoftank tot een serieus motorprobleem. Ze branden in drie kleuren: rood betekent direct actie vereist, oranje of geel vraagt om aandacht op korte termijn, en groen of blauw geeft aan dat een systeem actief is. Hieronder vind je een compleet overzicht van de meest voorkomende symbolen en wat je er precies mee moet doen.
Rode waarschuwingslampjes: direct stoppen of handelen
Rode lampjes zijn de meest urgente. Rij je door terwijl een rood lampje brandt, dan riskeer je serieuze schade aan je auto of een gevaarlijke situatie op de weg.
- Motoroliedruk (oliekannenpictogram): de oliedruk is te laag. Stop zo snel mogelijk veilig aan de kant en controleer het oliepeil. Doorrijden kan je motor binnen enkele minuten onherstelbaar beschadigen.
- Motortemperatuur (thermometer in water): de motor is oververhit. Zet de motor uit, open de motorkap pas als alles is afgekoeld en controleer het koelvloeistofpeil.
- Accu/laadwaarschuwing (batterijpictogram): het laadsysteem werkt niet goed. De accu wordt niet opgeladen. Zet onnodige verbruikers uit en ga zo snel mogelijk naar een garage.
- Remsysteem (uitroepteken in cirkel): kan betekenen dat de handrem nog aan staat, maar ook dat de remvloeistof te laag is of dat er een storing in het remsysteem zit. Controleer eerst of de handrem los is; is dat niet het probleem, ga dan direct naar een garage.
- Stuurbekrachtiging (stuurwiel met uitroepteken): de elektrische stuurbekrachtiging werkt niet. Sturen gaat daardoor veel zwaarder. Rij voorzichtig naar een garage.
- Airbag (persoon met cirkel): er is een storing in het airbag- of gordelspannersysteem. Bij een ongeluk kunnen deze niet of verkeerd uitklappen. Laat dit zo snel mogelijk controleren.
- Portier open (auto met open deur): een of meerdere deuren zijn niet goed gesloten. Controleer alle portieren voor je wegrijdt.
- Motorkap open: de motorkap is niet goed vergrendeld. Sluit hem voor je rijdt, want een openklappende motorkap op snelweg blokkeert je zicht volledig.
- Achterklep open: de achterklep of kofferklep is niet gesloten. Controleer dit altijd voor vertrek.
- Gordelwaarschuwing (gordelicoon): bestuurder of passagier draagt geen gordel. Gordel omdoen voor je rijdt.
Oranje en gele waarschuwingslampjes: snel laten controleren
Oranje lampjes zijn niet acuut gevaarlijk, maar vragen wel om actie binnen korte tijd. Negeer ze niet te lang.
- Motorstoring (motorblokpictogram, vaak “check engine”): een van de meest verwarrende lampjes. Het kan van alles betekenen: een losse tankdop, een kapotte sensor of een serieuzer probleem. Laat de foutcode uitlezen bij een garage of autospeciaalzaak.
- Brandstof laag (pompicoon): de brandstoftank is bijna leeg. De meeste auto’s geven dit aan bij een resterende rijrange van ongeveer 50 tot 80 kilometer, maar dat verschilt per model.
- Bandenspanning (uitroepteken in doorsnede band): een of meer banden hebben te weinig spanning. Controleer de bandenspanning zo snel mogelijk, ook om bandenslijtage en ongelukken te voorkomen.
- ABS-storing (ABS in kader): het antiblokkeersysteem werkt niet. Je kunt nog gewoon remmen, maar ABS schakelt niet in bij noodremming. Laat het controleren.
- Tractiecontrole/ESP-storing (auto met slingerende banden): het rijstabiliteitssysteem is uitgeschakeld of heeft een storing. Op glad wegdek mis je dan een belangrijke veiligheidsfunctie.
- Roetfilter (DPF, puntjeswolk): het roetfilter van een dieselauto zit vol. Maak een langere rijdt op hogere snelheid (snelweg) zodat het filter automatisch vrijbrandt. Lukt dat niet, dan moet een garage het reinigen.
- Stuurbekrachtiging (oranje stuurwiel): de stuurbekrachtiging heeft een lichte storing. Rij voorzichtig en laat het controleren.
- Servicebeurt (sleutel- of moersleutelpictogram): je auto is toe aan onderhoud. Niet acuut, maar plan een afspraak bij de garage.
- Gloeibougie (spiraalvormig pictogram, diesel): de gloeibougie of het gloeisysteem heeft een storing. Start je auto moeilijk bij koud weer, dan is dit waarschijnlijk de oorzaak.
- AdBlue laag (uitroepteken met vloeistofdruppel): in dieselauto’s met SCR-katalysator. Als AdBlue opraakt, kan de auto weigeren te starten. Vul bij voor het te laat is.
Groene en blauwe lampjes: actieve systemen
Groene en blauwe lampjes zijn geen waarschuwingen. Ze geven aan dat een bepaald systeem aanstaat.
- Groot licht aan (blauwe balken): je rijdt met groot licht. Dimmen voor tegemoetkomend verkeer.
- Richtingaanwijzer (groen knipperend pijltje): links of rechts knipperlicht staat aan.
- Cruise control actief (groen snelheidspictogram): de snelheidsregelaar is ingeschakeld.
- Mistlamp voor of achter (groene of oranje mistlampicoon): mistlamp brandt. Zet hem uit als de mist is opgetrokken, want achtermistlamp verblinden andere bestuurders.
- Rijlichtassistent (groene A met lichtstralen): automatisch dimlicht is actief.
Witte of grijze lampjes: informatie
Sommige auto’s tonen ook witte of grijze pictogrammen. Die zijn puur informatief, zoals een parkeersensorsymbool of een melding dat een rijhulpsysteem tijdelijk is uitgeschakeld. Geen actie nodig, maar handig om te herkennen.
Veelgestelde vragen over waarschuwingslampjes
Mag ik doorrijden als een waarschuwingslampje brandt? Dat hangt volledig af van de kleur en het symbool. Rood: stop zo snel mogelijk veilig. Oranje: rij zo snel mogelijk naar een garage, maar hoeft niet per se direct. Groen of blauw: gewoon doorrijden, het is geen probleem.
Wat als ik het symbool niet herken? Raadpleeg het handboek van je auto. Elk voertuig heeft een overzicht van alle symbolen achterin het instructieboekje. Je kunt ook zoeken op het merk en model van je auto in combinatie met het pictogram.
Kan ik foutcodes zelf uitlezen? Ja. Met een OBD2-uitleesapparaat (verkrijgbaar voor rond de 20 tot 50 euro) sluit je je auto aan via de diagnosestekker (meestal onder het stuur) en lees je de foutcode uit. Apps zoals Torque of Car Scanner werken samen met een bluetooth-adapter. Sommige autospeciaalzaken doen dit gratis.
Gaat een lampje vanzelf uit? Soms wel. Bij een losse tankdop gaat de check engine-lamp vaak na een paar ritten vanzelf uit als het probleem is opgelost. Maar vertrouw daar niet blind op: laat het controleren als het lampje blijft branden.
W



