De afmetingen van verkeersborden zijn in België vastgelegd in het ministerieel besluit van 11 oktober 1976. Per categorie bord gelden vaste minimumafmetingen, zodat borden op alle wegen goed leesbaar en herkenbaar zijn. De exacte maat hangt af van het type bord en de locatie waar het wordt geplaatst.
Hoe de afmetingen van verkeersborden zijn bepaald
Verkeersborden zijn ingedeeld in categorieën, en elke categorie heeft zijn eigen vereiste afmetingen. Die maten zijn geen vrije keuze: ze zijn wettelijk vastgelegd als minimumafmetingen. Gemeenten en wegbeheerders mogen grotere borden plaatsen, maar niet kleinere. Zo weet je als weggebruiker altijd waar je aan toe bent, ongeacht welke weg je rijdt.
De afmetingen worden uitgedrukt in breedte bij hoogte, in meters. Een rond of driehoekig bord heeft één maatgetal: de diameter of de zijdelengte. Een rechthoekig bord heeft twee maten: breedte bij hoogte.
Standaard afmetingen per type verkeersbord
Hieronder een overzicht van veelvoorkomende borden en hun vastgelegde minimumafmetingen:
- Gevaarsborden (driehoekig, bv. A-borden): minimale zijdelengte van 0,90 m op gewone wegen. Op wegen binnen de bebouwde kom mag dit verkleind worden naar 0,70 m.
- Verbods- en gebodsborden (rond, bv. C- en D-borden): minimale diameter van 0,60 m buiten de bebouwde kom, 0,50 m binnen de bebouwde kom.
- Voorrangsborden (bv. B-borden): de afmetingen variëren per bordvorm. Het stopbord (B5) is achthoekig met een zijdelengte van minimaal 0,30 m per zijde op gewone wegen.
- Informatie- en aanwijzingsborden (bv. F-borden): maten variëren sterk per bord. Zo hebben borden F12a en F12b (begin en einde woonerf) een verplichte afmeting van 0,90 m bij 0,60 m. De witte boord op deze borden heeft een vaste breedte.
- Parkeer- en stilstandborden: meestal vierkant of rechthoekig, met afmetingen die aansluiten op de reeks van de verbodsborden.
Verkeersborden in de bebouwde kom versus buiten
De locatie van een bord bepaalt mee welke maat verplicht is. Binnen de bebouwde kom zijn kleinere afmetingen toegestaan, omdat de rijsnelheid lager is en bestuurders meer tijd hebben om een bord te lezen. Buiten de bebouwde kom, op gewestwegen en autosnelwegen, gelden grotere minimumafmetingen. Op snelwegen worden borden vaak nog groter uitgevoerd dan het wettelijk minimum, zeker bij wegwijzers en aanduidingsborden, zodat ze op hoge snelheid goed leesbaar blijven.
De rand en retroreflectie tellen ook mee
Naast de hoofdafmetingen schrijft de regelgeving ook de breedte van de rand (boord) voor. Bij bord F12a en F12b is die witte boord een vast onderdeel van de officiële afmeting. Losstaand van de afmeting geldt ook dat borden retroreflecterend materiaal moeten bevatten: ze moeten in het donker oplichten bij koplampen. Dit is geen afmeting op zich, maar het beïnvloedt wel de zichtbaarheid en dus indirect de leesbaarheid die de maatregels proberen te garanderen.
Afwijkende afmetingen: wanneer mag dat?
Wegbeheerders mogen in bepaalde gevallen afwijken van de standaardmaten, maar alleen naar boven. Een bord mag groter zijn als de situatie dat vraagt, bijvoorbeeld op een drukke gewestweg of een locatie met beperkt zicht. Kleinere borden zijn alleen toegestaan als de regelgeving dat voor die specifieke bordcategorie expliciet toestaat, zoals bij sommige borden binnen de bebouwde kom. Borden op privéterreinen, zoals in parkeergarages of op bedrijventerreinen, vallen buiten de wegcode en kennen eigen afspraken.
Wil je zeker zijn van de exacte maat voor een specifiek bord? De officiële tekst van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 is raadpleegbaar via wegcode.be. Daar vind je per bordnummer de verplichte afmetingen, de kleuren en de teksteisen.



